Een rivier met een geschiedenis

Voor de kanalisatie had de Dender een erg kronkelend verloop. In de zomer was het waterpeil zo laag dat men met opgestroopte broekspijpen de overkant kon bereiken. In de winter zette de rivier de omliggende weiden onder water. Tegenstrijdige belangen leidden soms tot heftige ruzies : schippers wilden een zo hoog mogelijke waterstand, landbouwers wilden na de winter een zo laag mogelijke waterstand opdat hun weiden niet zouden verzuren en molenaars eisten een deel van het water voor hun molens op.

Sinds de Middeleeuwen is de Dender een druk bevaren scheepvaartroute. Om de bevaarbaarheid te verhogen werd in de 13de eeuw de getijdenwerking in Dendermonde aan banden gelegd. In de 17de eeuw werd begonnen met de kanalisatie van de Dender door middel van watersprongen. Het gevolg was een sterke economische bloei, die nog werd aangezwengeld tijdens de  18de eeuw door kanalisatiewerken  tussen Aalst en Dendermonde.

Vanaf de 19de eeuw ontstonden nieuwe industrietakken: in Ninove en Geraardsbergen de luciferfabrieken, in de hele Denderstreek textiel- en voedingsindustrieën, waaronder brouwerijen. Door de ontginning van steengroeven in Lessines kende de scheepvaart op de Dender een hernieuwde economische vitaliteit. In 1858 werd de volledige Dender aangepast voor schepen tot 300 ton en werden er verschillende stuwsluizen bijgebouwd. Tussen 1863 en 1876 werden de stuwen en sluizen van Aalst , Teralfene, Denderleeuw, Pollare, Idegem en Geraardsbergen gebouwd. In 1868 volgden de stuw en sluis aan de monding in Dendermonde.

Toen de exploitatie en het onderhoud van de Dender tussen 1868 en 1938 aan de Compagnie de la Dendre werd toevertrouwd, werd de rivier 70 jaar lang verwaarloosd. In het interbellum had de Dender zijn betekenis als doorvoerende waterweg verloren na de modernisering van de Boven-Schelde en de verbinding Rupel-Brussel-Charleroi. De plannen om grote investeringswerken uit te voeren, vielen door de oorlog in het water. 

Na de tweede wereldoorlog werd een grootscheeps verbeteringsprogramma van de Dender voor schepen tot 600 ton vooropgesteld. In de jaren vijftig werd beslist om alle profielen en kunstwerken (bruggen, stuwen, sluizen, …) aan de Dender tot aan de nieuw te bouwen stuw en sluis in Erembodegem aan te passen volgens de Europese norm voor scheepvaart tot 1350 ton. De aanpassingswerken van de Dender gingen van start met de aanleg van de nieuwe Dendermonding en de bouw van een tijsluis te Dendermonde. Deze werken hebben geduurd van 1968 tot 1978. Ondertussen ging in de Denderstreek echter veel industrie verloren, waardoor het vrachtvervoer verder terugliep. De plannen voor de modernisering van de Dender stroomopwaarts van Aalst werden opgeborgen en op het vlak van scheepvaart speelt de Dender momenteel een ondergeschikte rol. Schepen tot 600 ton kunnen tot in Aalst varen. Vanaf de sluis van Aalst en verder tot in Geraardsbergen zijn de sluizen enkel aangepast aan spitsen (350 ton).