Wispelturige regenrivier

De Dender heeft een asymmetrische vallei. De westkant is relatief vlak, terwijl de oostkant grotendeels in een golvend landschap ligt met smalle, vrij sterk ingesneden beekdalen en nijdige hellingen. De beken en zijbeken aan die kant hebben dan ook een steil verval. Ze voeren de neerslag heel snel af, zodat een hevig onweer al kan volstaan om de anders zo rustige Dender in een kolkende rivier te doen veranderen. Valt er gedurende langere tijd veel regen, dan kan de Dender al dat water niet meer slikken en treedt de rivier op verschillende plaatsen buiten zijn oevers.  De Dender mondt uit in de Zeeschelde, het deel van de Schelde dat onderhevig is aan de getijden. Door de tijwerking van de Schelde kan de Dender op bepaalde periodes van de dag (gedurende 7 uur/dag) niet afwateren naar de Schelde. Op die momenten moet het water in de Dender worden opgehouden. De afgelopen jaren is er om die redenen nogal wat wateroverlast in het Denderbekken geweest tijdens periodes van overvloedige neerslag, met aanzienlijke schade en menselijk leed tot gevolg.